de troost is een arm om de schouder de liefde een zoen op de wang de aandacht een innige knuffel de vriendschap een tocht hand in hand en woorden zijn loze beloftes als het gebaar niet ooit erop volgt zij vertalen gebrekkig gevoelens
ik wil weg weg van de beter-weters weg van de intelligente lockdowns weg van de betwiste mondkapjes ver weg
ik wil ontsnappen aan het hartzeer aan het nooit-meer aan het doemdenken en het zwartkijken ik wil onder een uitheemse deken dromen en wakker worden in een genezen thuis
bij de eerste schrik hielden mensen hun adem in slopen op kousenvoeten elkaar op afstand voorbij ternauwernood groetend zij haalden zwijgend hun brood blindelings staken ze de lege straten over
het
sinistere monster sluipt met corona de huizen binnen rolt zich
behaaglijk in slapeloze bedden en zoemt met zure zinnen
wat
als vraagt het monster wat als anderhalve meter
normaal wordt wat als wat als vakanties
utopieën zijn wat als wat als samen muziek maken
vroeger was wat als wat als de dood nabij is wat
als wat als vraagt
het monster geen enkel antwoord stilt zijn honger
net geboren stevig roze huilen hij komt er wel taal rekenen scholen vrienden groeien hij komt er wel sport conditie werken arbeid werken hij komt er wel dan corona adem moeizaam hijgen hij is er niet gekomen
de zonnigste lente ooit de blauwste luchten ooit de stilste straten ooit de onbezochtste zieken ooit de eenzaamste uitvaarten ooit de hoogste prijs ooit voor het onbegrensde leven
aan beide kanten spreiden de vingers zich breed op het raam de lippen raken het glas begerig om te kussen hulpeloos bewegen de schouders de ogen lachen nog maar als de ruit niet breekt stromen de tranen