ik stapte door de spiegel en verwisselde de heilzame stilte voor een beroerde absurdistische opera
de eigengereide hoofdrolspelers klaagzongenonafgebroken op muziek van zoemende infuuspompen en rinkelende po-deksels uit de coulissen klonk hulpgeroep terwijl een monotone stem onbegrijpelijke cijferreeksen reciteerde honderdtwintig over drieënnegentig en achtendertig zeven
door de klanken heen het denderen van de trein het snerpen van de kettingzaag door het gezoem van de mug en het getjilp van de vogels heen luisteren voorbij de ooit gehoorde stemmen voorbij de golven en de wind luisteren naar de harteklop van wat is
een enkel getjilp een zoemende mug ver weg een sirene in mij geroezemoes gekrakeel wel niet toch maar welke stap waarheen hoe te gaan en wanneer wel niet toch maar
mijn zoekende ogen zijn nauwelijks open of de voorhoede stormt al binnen en start de bezetting het leger van gedachten volgt en maakt mij krijgsgevangen van mijn eigen hoofd
bevrijd word ik door mijn wachtende oren die luisteren naar de adem waar ze de stilte ontwaren klik hier voor mijn site